De Moriaan uit het wapen van de familie Swarte
De genealogie-site van de familie Swarte - www.swarte.nl  
Zwarte lijn

HET MENU

> Home

> Stamboom

> Herkomst

> Familiewapen

> Tijdlijn

> Contact



Het verhaal van Fred en Puck 'Black' Swarte.

Vanzelfsprekend heeft de Tweede Wereldoorlog grote invloed uitgeoefend op een groot deel van deze generatie. Velen van hen waren juist in de leeftijd dat zij het risico liepen te worden opgepakt voor werk in Duitsland of erger. Onder de slachtoffers bevonden zich de broers Nicolaas Fredericus Josephus (Fred) en Hermanus Leonardus (Puck) Swarte.

Fred woonde in 1941, bij het uitbreken van de oorlog met Japan, in het voormalig Nederlands Indië. Hij werd op 8 december, een dag na de Japanse aanval, opgeroepen voor militaire dienst als 'soldaat grenadier' (stamboeknummer 142408). Hij werd ingedeeld als tolk tussen geallieerde militairen en de Nederlandse legerleiding en deed dat werk op verschillende vliegvelden tot februari 1942. Toen kwam de grote aanval op Palembang. Tweeduizend militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) zagen zich geconfronteerd met dertigduizend Japanse parachutisten en landingstroepen. Het KNIL trok zich terug op Java waar het verbleef tot aan de capitulatie. Fred werd als krijgsgevangene overgebracht naar een interneringskamp in de omgeving van Bandung, later in Tjilatjap. Vervolgens werden Fred en zijn collega's via Singapore naar het kamp Kamaiichi in het noorden van Japan gebracht.

Daar braken barre tijden aan. De Japanse winters waren koud en de gevangenen hadden slechts hun kleding uit de tropen. Ze moesten zware arbeid verrichten bij de hoogovens en een ijzerfabriek en kregen nauwelijks te eten. Velen stierven al na enkele maanden aan longontsteking. De gevangenen bleven verstoken van informatie, pas na de bevrijding ontving Fred een brief die zijn moeder meer dan een jaar daarvoor geschreven had. Het Nederlandse Rode Kruis hield de familie overigens, voor zover mogelijk, wel op de hoogte van de verblijfplaats van de gevangenen in Japan. Zijn moeder in Groningen wist bijvoorbeeld dat Fred werd overgeplaatst naar het Hakodate Camp in Japan. Van tijd tot tijd kwamen gealieerde schepen voor de kust bij het gevangenkamp en zij openden dan het vuur op de hoogovers en ijzerfabriek. Deze hevige beschietingen hebben aan vele krijgsgevangenen het leven gekost. Fred bleef gespaard en merkte aan de veranderende houding van de Japanse bewakers op 15 augustus 1945 dat afgelopen moest zijn. De gevangenen hoefden niet meer te werken, zij kregen tabak en sigaretten en 's avonds hoefde er niet meer verduisterd te worden. De zieken en gewonden die er het ergst aan toe waren, werden naar een hospitaal gebracht maar de voedselsituatie bleef erg slecht en er stierven nog dagelijks gevangenen van uitputting en honger. Tenslotte kwam Fred aan boord van een Amerikaans oorlogsschip, de torpedobootjager 'Baba' terecht en is met dat schip terug naar Java gebracht waar hij zijn baan bij de 'Singer Sewing Machine Company' weer oppakte. In 1951 werd hij directeur van Singer in New York. Hij woonde daarna beurtelings in Voorburg en New York. Fred Swarte overleed op 17 mei 1989 te Voorburg.

Met zijn broer, Hermanus Leonardus (Puck, ook wel Black genoemd) liep het tragischer af. Hij was actief in het verzet tegen de Duitsers maar werd in de zomer van 1944 waarschijnlijk verraden. Hij werd gearresteerd en opgesloten in de Polizei Gefängnis Haaren - behorende bij het Kamp Vught -, gevangene nr. 2980. Op dinsdag 5 september 1944, de dag die als 'dolle dinsdag' de geschiedenis zou ingaan, meende men in Nederland dat de geallieerde troepen reeds de grote rivieren waren overgestoken en dat een groot deel van Zuid Nederland dus al bevrijd was. Het gerucht vond zijn oorsprong in een bericht van Radio Oranje waarin werd gemeld dat Breda al bevrijd was. In werkelijkheid werd Breda pas op 29 oktober 1944 bevrijd. Niettemin hechtten ook NSB-ers en Duitsers waarde aan dit nieuws, reden voor hen om ijlings in de richting van Duitsland te vertrekken. In Nederland ontstond euforie maar voor Puck alias Black Swarte en een aantal van zijn medegevangenen had het desastreuze gevolgen: hij werd meteen afgevoerd naar het concentratiekamp Sachsenhausen.

Black Swarte was niet in de gelegenheid geweest zijn familie en zijn verloofde, Hans Pabst te Voorburg, in te lichten over zijn gevangenneming en evenmin over zijn vertrek naar Sachsenhausen. Een medegevangene had echter kans gezien op 24 augustus zijn zoon, Sjef Simons uit Tilburg, in te lichten. Deze zoon lichtte op zijn beurt de verloofde van Black in en zij zag weer kans zijn moeder te informeren. Zij wisten nu dus dat hun zoon en verloofde zich te Haaren bevond.

Op de avond van de 6de september 1944 stond een 'mejuffrouw' G. Kops voor een spoorwegovergang te 's Hertogenbosch toen daar een goederentrein voorbij kwam met zingende mensen. De gevangenen waren dus blijkbaar nog vol goede moed. Mevrouw Kops, die geëvacueerd was uit Voorburg en tijdelijk in 's Hertogenbosch woonde, zag dat er briefjes uit de goederenwagons gegooid werden en zij raapte er een op. Het bleek een briefje van Black aan zijn verloofde en zij heeft het doorgestuurd. Voor zover thans bekend was dit het laatste levensteken van Black Swarte. Op 22 april 1945 werd hij door Sovjet-Russische troepen in Oranienburg bevrijd, maar helaas te laat. Op 26 april 1945 overleed hij in Wittstock aan de gevolgen van uitputting. Omdat Puck geen aanwijsbare laatste rustplaats heeft staat zijn naam vermeld in het tweede deel van de serie gedenkboeken van de Oorlogsgravenstichting.

Referenties:

FOTOBOEK

Hermannus Leonardus 'Puck' Swarte - Klik om te vergroten.

Hermannus Leonardus 'Puck' Swarte

Fred met zijn moeder Toos Swarte-Saan - Klik om te vergroten.

Fred met zijn moeder Toos Swarte-Saan op haar 80ste verjaardag, december 1955.

Familie Hermannus Leonardus Swarte - Klik om te vergroten.

Familie Hermannus Leonardus Swarte, v.l.n.r. Greta, Herman ('Puck'), moeder Toos en Fred Swarte.

Zwarte lijn
Home - Stamboom - Herkomst - Familiewapen - Tijdlijn - Contact